In memoriam: Dan Wheldon

17 10 2011

De autosportgemeenschap is in diepe rouw na het overlijden van Dan Wheldon. De Brit raakte zondag tijdens de IndyCar World Championships in Las Vegas betrokken in een verschrikkelijke multicar-crash en bezweek later op de namiddag aan zijn zware verwondingen. Wat een feestelijke afsluiter van het seizoen had moeten zijn, draaide uit op een van de zwartste dagen uit de autosportgeschiedenis.

Daniel Clive Wheldon werd in 1978 geboren in Emberton in het Verenigd Koninkrijk. Vanaf zijn vierde levensjaar deed hij al aan karting. In zijn jonge jaren racete Wheldon nog tegen Jenson Button. Bij gebrek aan funding week hij in 1999 uit naar de Verenigde Staten waar hij vanaf 2002 een succesvolle IndyCar carrière zou uitbouwen. In 2005 veroverde hij de titel met Andretti Green Racing. In datzelfde jaar won Wheldon ook de 500 mijl van Indianapolis. Dit jaar deed hij dat nog eens over met Bryan Herta Autosport.

Dan Wheldon is het eerste dodelijke slachtoffer in de IndyCar Series na Paul Dana op Homestead-Miami in 2006. In de komende dagen zullen ongetwijfeld nog vele vragen worden gesteld over wat er precies is misgelopen op de Las Vegas Motor Speedway. Vandaag heerst er vooral grote droefenis omdat de autosport een zeer getalenteerde en zeer charmante rijder heeft verloren.





IndyCar zet punt achter tijdperk in Las Vegas

15 10 2011

De Las Vegas Motor Speedway is zondag het strijdtoneel van de INDYCAR World Championships. De race is niet enkel de finale van het kampioenschap 2011, het is ook de afsluiter van een tijdperk. In 2012 verandert IndyCar van uitzicht: er is de nieuwe wagen, er is opnieuw competitie tussen verschillende motorenleveranciers, maar de race-serie zal het ook zonder Danica Patrick moeten doen. 

Zondagavond verhuizen de huidige Dallara-wagens naar het museum. Het IR-05 chassis, een aerodynamische evolutie van de IR-03 uit 2003, werd in 2005 in gebruik genomen en is sinds 2007 het enige gebruikte chassis in de IndyCar Series. Vanaf 2012 levert Dallara de zogenaamde IndyCar Safety Cell, waarop de teams een aerodynamisch pakket naar keuze kunnen monteren. Dat ‘naar keuze’ is echter met een jaartje uitgesteld zodat de wagens in 2012 nog met de standaard aero kit van Dallara zullen rondtoeren. Dit weekend komt er ook een einde aan de monopoliepositie van Honda als motorenleverancier. De huidige atmosferische 3,5 liter V8 krachtbron wordt in 2012 vervangen door 2,2 liter V6 turbomotoren afkomstig van Honda, Chevrolet en Lotus.

Naast de nieuwigheden zal IndyCar ook het vertrek van Danica Patrick moeten verwerken. De uit Wisconsin afkomstige coureur heeft met haar geweldige vedettestatus gedurende zeven jaar de IndyCar Series mee in stand gehouden. Haar onvermijdelijke transfer naar Nascar zal zeker gevolgen hebben. Indien IndyCar er niet in slaagt van nieuwe Amerikaanse sterrijders aan te trekken, dreigt de serie volledig in de schaduw van Nascar te verdwijnen.

Maar zondag is er natuurlijk ook nog de race zelf. Dario Franchitti en Will Power zullen net als vorig seizoen onder mekaar uitmaken wie zich kampioen mag noemen. Franchitti start als grote favoriet. Hij heeft achttien punten voorsprong in het klassement en voelt zich beter thuis op een oval dan zijn Australische tegenstander. Voor de Schot zou het de vierde titel in vijf jaar tijd zijn.





Brussel viert wedergeboorte van zijn Grand Prix

4 09 2011

Dit weekend vierde Brussel de vijftigste verjaardag van zijn eerste Grand Prix Formule 1. Begin jaren zestig werden op een stratencircuit op de Heizelvlakte F1 races georganiseerd die niet meetelden voor het wereldkampioenschap. Jack Brabham en Willy Mairesse zegevierden respectievelijk in 1961 en 1962.

Zaterdag en zondag is de Brussels Grand Prix opnieuw tot leven gekomen met demonstraties van een honderdtal historische racewagens op een circuit rond en onder het Atomium. Vertegenwoordigers van de jaren zeventig waren onder andere een McLaren M26 van voormalig wereldkampioen James Hunt, een Surtees TS20 van ‘Monza Gorilla’ Vittorio Brambilla en een Ligier JS 11/15 van Didier Pironi.

De opgetogen organisatoren dromen nu al van een volgende editie in 2012. En misschien mag Brussel wel hogere ambities hebben. Waarom geen echte races in de schaduw van het Atomium? Brussel is als hoofdstad van Europa het perfecte decor voor een Europese Grand Prix F1. En misschien zou Brussel wel kunnen alterneren met het immer door financiele problemen geplaagde Spa-Francorchamps.





Off-throttle blown diffusers: mislukte poging tot verbod

14 07 2011

De FIA maakte vandaag bekend dat de F1-teams voor de rest van het seizoen mogen gebruik blijven maken van de off-throttle blown diffusers. Die beslissing volgt op een tumultueus verlopen weekend in Silverstone waarbij teams en FIA-afgevaardigden het niet eens raakten over de praktische invoering van een verbod op dergelijke aangeblazen diffusers. De FIA staakt dus zijn poging om halverwege het seizoen een belangrijke reglementswijziging door te voeren.

Aan de basis van het door de FIA voorgestelde verbod lag nochtans een redelijk nobele doelstelling : afschaffing van het agressieve gebruik van uitlaatgassen, dus zelfs bij voet-van-het-gaspedaal, om downforce te maximaliseren. Verbruikverhogend en niet milieuvriendelijk, luidde het. Maar in hun poging om het verbod in zeven haasten door te drukken, hebben de FIA en Charlie Whiting zich verkeken op de technische complexiteit en de onwil van de grote teams om toegiftes aan mekaar te doen. Het initiatief is gestrand in een grindbak van gesofistikeerde uitlaatlayouts en engine mappings.

Voor de gemiddelde autosportfan is het een goede zaak dat een verdere escalatie van het technisch dispuut is vermeden. Op het moment dat zelfs team principals en rijders niet meer kunnen uitleggen waarover het precies gaat, is het tijd om ermee op te houden. Het voorgestelde verbod op off-throttle blown diffusers gaat terug de koelkast in, en in de gegeven omstandigheden is dat de minst slechte oplossing. Voor de rest van 2011 zullen de teams volgens Valencia-specs blijven rijden. In 2012 mag het probleem zich niet meer stellen als de wagens periscoopachtige uitlaten bovenop de sidepods krijgen, waardoor de uitlaatgassen uit de buurt van de diffusers blijven.





DRS : artificieel maar onmisbaar

24 05 2011

Een van de belangrijkste nieuwigheden in het F1-seizoen 2011 is het Drag Reduction System, kortweg DRS. DRS staat voor een beweegbare achtervleugel die tot doel heeft het inhalen te bevorderen. Met het DRS kan de rijder in een achtervolgende wagen binnen bepaalde limieten de flap van de achtervleugel bewegen om op die manier downforce en drag te verminderen, met een verhoging van de topsnelheid als gevolg. DRS is de feitelijke vervanger van de F-ducts uit het seizoen 2010. Ook bij het F-duct systeem werd de luchtstroom op de achtervleugel veranderd om op die manier een hogere topsnelheid op rechte stukken te bewerkstelligen.

Na vijf wedstrijden is het tijd voor een eerste evaluatie. Het aantal inhaalbewegingen ligt in het seizoen 2011 merkelijk hoger dan in voorgaande jaren. De introductie van DRS, samen met de terugkeer van KERS en de komst van Pirelli als nieuwe F1-bandenleverancier, hebben hun doel niet gemist. Teams, rijders en publiek reageren tevreden. De nieuwe reglementen hebben een einde gemaakt aan jaren van suspensloze hogesnelheidsprocessies.

Toch is er ook kritiek op het Drag Reduction System. Ondermeer Nick Heidfeld liet al verstaan geen voorstander te zijn van uitvindingen die het racen op artificiële wijze bevorderen. De meeste critici van het systeem hebben het moeilijk met het verbod om de beweegbare vleugel te gebruiken in een leidende positie, waardoor de achtervolger van een te groot voordeel zou genieten. De voorbije races hebben ook duidelijk gemaakt dat de effectiviteit van DRS in hoge mate wordt bepaald door de keuze en de lengte van de DRS-zones. In Melbourne en Barcelona dient er bijgesleuteld te worden, in Shanghai en Istanboel werkte het systeem zeer doeltreffend.  

Voor de GP van Monaco heeft de FIA het gebruik van DRS in de tunnel verboden. Logisch dat de FIA in een eerste jaar een continuë bijstelling van het gebruik van DRS nastreeft. Een afschaffing is zeker niet aan de orde, want intussen onmisbaar voor het spektakel.





Lotus contra Lotus in F1

8 12 2010

De geruchten deden al een tijdje de ronde en vandaag volgde de officiële bekendmaking: Renault verkoopt zijn resterende aandelen in het F1 team aan Lotus Group. Lotus Group en Genii Capital zijn nu eigenaar van een team dat voortaan Lotus Renault GP zal heten. De strijd om het gebruik van de naam Lotus heeft daarmee een hoogtepunt bereikt: vanaf 2011 staan er twee Lotus-renstallen op de grid. Voor de occasionele F1-fan zal de verwarring bijzonder groot zijn.

Wie de merknaam Lotus in de autosport mag gebruiken, blijft vooralsnog onduidelijk. Het is aan de rechtbanken om hierover uitspraak te doen. De Maleisische zakenman Tony Fernandes bereikte eind 2009 een overeenkomst om zijn nieuw F1-team Lotus Racing (straks Team Lotus) te noemen. Hij kreeg hiervoor ook de steun van de familie Chapman. Maar in de loop van 2010 werd duidelijk dat de Maleisische autobouwer Proton en dochterbedrijf Lotus Group zich zelf verregaand zouden engageren in de autosport. Zo werd een partnership bekendgemaakt met GP2- en GP3-renstal Art Grand Prix, en onlangs werd Lotus aangekondigd als derde motorenleverancier in IndyCar vanaf 2012. De plannen van Lotus baas Dany Bahar, voorheen marketing directeur bij Ferrari, lijken ongebreideld, en roepen daarom ook veel vraagtekens op.

Het gekibbel in Maleisië heeft ondertussen veel schade berokkend aan de iconische merknaam Lotus. De manier waarop er met de erfenis van Colin Chapman wordt gezeuld, is een behoorlijk trieste aangelegenheid. De liefhebber van klassieke autosportmerken zal waarschijnlijk stiekem hopen op een terugkeer naar een Britse eigenaar … ergens in de toekomst.





Chevrolet keert terug naar IndyCar Series

12 11 2010

De Amerikaanse autoconstructeur General Motors bevestigde vandaag zijn plannen om in 2012 met het merk Chevrolet terug te keren naar de IndyCar Series. Chevrolet zal vanaf 2012 motoren leveren die aan de nieuwe specificaties zullen beantwoorden. Met de comeback van Chevy zal een einde komen aan het monopolie van Honda als motorenleverancier in de IndyCar Series. Honda is sinds begin 2006 de enige leverancier na het vertrek van Toyota en… Chevrolet.

Chevrolet zal voor de ontwikkeling van de nieuwe V6 twin-turbomotor beroep doen op Ilmor Engineering.  En dat verklaart meteen ook de betrokkenheid van Roger Penske. De Captain was in 1984 een van de mede-oprichters van Ilmor en is tot op heden een van de belangrijkste aandeelhouders. Met de steun van General Motors werd de Ilmor-Chevy combinatie in de jaren tachtig al snel succesrijk in Indy racing. Vandaag hebben de partners van destijds elkaar teruggevonden.

Ilmor is de huidige technische partner van Honda in de IndyCar Series. Het valt te verwachten dat dit samenwerkingsverband zal worden herzien, mogelijk zelfs zal worden opgezegd. Vandaag toonde Honda zich alvast opgetogen over de komst van een nieuwe concurrent. En misschien blijft het niet bij twee motorenbouwers: gefluisterd wordt dat ook een Europees merk – allicht gaat het om Fiat – een instap in de IndyCar Series zou overwegen.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.