IndyCar zet punt achter tijdperk in Las Vegas

15 10 2011

De Las Vegas Motor Speedway is zondag het strijdtoneel van de INDYCAR World Championships. De race is niet enkel de finale van het kampioenschap 2011, het is ook de afsluiter van een tijdperk. In 2012 verandert IndyCar van uitzicht: er is de nieuwe wagen, er is opnieuw competitie tussen verschillende motorenleveranciers, maar de race-serie zal het ook zonder Danica Patrick moeten doen. 

Zondagavond verhuizen de huidige Dallara-wagens naar het museum. Het IR-05 chassis, een aerodynamische evolutie van de IR-03 uit 2003, werd in 2005 in gebruik genomen en is sinds 2007 het enige gebruikte chassis in de IndyCar Series. Vanaf 2012 levert Dallara de zogenaamde IndyCar Safety Cell, waarop de teams een aerodynamisch pakket naar keuze kunnen monteren. Dat ‘naar keuze’ is echter met een jaartje uitgesteld zodat de wagens in 2012 nog met de standaard aero kit van Dallara zullen rondtoeren. Dit weekend komt er ook een einde aan de monopoliepositie van Honda als motorenleverancier. De huidige atmosferische 3,5 liter V8 krachtbron wordt in 2012 vervangen door 2,2 liter V6 turbomotoren afkomstig van Honda, Chevrolet en Lotus.

Naast de nieuwigheden zal IndyCar ook het vertrek van Danica Patrick moeten verwerken. De uit Wisconsin afkomstige coureur heeft met haar geweldige vedettestatus gedurende zeven jaar de IndyCar Series mee in stand gehouden. Haar onvermijdelijke transfer naar Nascar zal zeker gevolgen hebben. Indien IndyCar er niet in slaagt van nieuwe Amerikaanse sterrijders aan te trekken, dreigt de serie volledig in de schaduw van Nascar te verdwijnen.

Maar zondag is er natuurlijk ook nog de race zelf. Dario Franchitti en Will Power zullen net als vorig seizoen onder mekaar uitmaken wie zich kampioen mag noemen. Franchitti start als grote favoriet. Hij heeft achttien punten voorsprong in het klassement en voelt zich beter thuis op een oval dan zijn Australische tegenstander. Voor de Schot zou het de vierde titel in vijf jaar tijd zijn.

Advertenties




Brussel viert wedergeboorte van zijn Grand Prix

4 09 2011

Dit weekend vierde Brussel de vijftigste verjaardag van zijn eerste Grand Prix Formule 1. Begin jaren zestig werden op een stratencircuit op de Heizelvlakte F1 races georganiseerd die niet meetelden voor het wereldkampioenschap. Jack Brabham en Willy Mairesse zegevierden respectievelijk in 1961 en 1962.

Zaterdag en zondag is de Brussels Grand Prix opnieuw tot leven gekomen met demonstraties van een honderdtal historische racewagens op een circuit rond en onder het Atomium. Vertegenwoordigers van de jaren zeventig waren onder andere een McLaren M26 van voormalig wereldkampioen James Hunt, een Surtees TS20 van ‘Monza Gorilla’ Vittorio Brambilla en een Ligier JS 11/15 van Didier Pironi.

De opgetogen organisatoren dromen nu al van een volgende editie in 2012. En misschien mag Brussel wel hogere ambities hebben. Waarom geen echte races in de schaduw van het Atomium? Brussel is als hoofdstad van Europa het perfecte decor voor een Europese Grand Prix F1. En misschien zou Brussel wel kunnen alterneren met het immer door financiele problemen geplaagde Spa-Francorchamps.





Off-throttle blown diffusers: mislukte poging tot verbod

14 07 2011

De FIA maakte vandaag bekend dat de F1-teams voor de rest van het seizoen mogen gebruik blijven maken van de off-throttle blown diffusers. Die beslissing volgt op een tumultueus verlopen weekend in Silverstone waarbij teams en FIA-afgevaardigden het niet eens raakten over de praktische invoering van een verbod op dergelijke aangeblazen diffusers. De FIA staakt dus zijn poging om halverwege het seizoen een belangrijke reglementswijziging door te voeren.

Aan de basis van het door de FIA voorgestelde verbod lag nochtans een redelijk nobele doelstelling : afschaffing van het agressieve gebruik van uitlaatgassen, dus zelfs bij voet-van-het-gaspedaal, om downforce te maximaliseren. Verbruikverhogend en niet milieuvriendelijk, luidde het. Maar in hun poging om het verbod in zeven haasten door te drukken, hebben de FIA en Charlie Whiting zich verkeken op de technische complexiteit en de onwil van de grote teams om toegiftes aan mekaar te doen. Het initiatief is gestrand in een grindbak van gesofistikeerde uitlaatlayouts en engine mappings.

Voor de gemiddelde autosportfan is het een goede zaak dat een verdere escalatie van het technisch dispuut is vermeden. Op het moment dat zelfs team principals en rijders niet meer kunnen uitleggen waarover het precies gaat, is het tijd om ermee op te houden. Het voorgestelde verbod op off-throttle blown diffusers gaat terug de koelkast in, en in de gegeven omstandigheden is dat de minst slechte oplossing. Voor de rest van 2011 zullen de teams volgens Valencia-specs blijven rijden. In 2012 mag het probleem zich niet meer stellen als de wagens periscoopachtige uitlaten bovenop de sidepods krijgen, waardoor de uitlaatgassen uit de buurt van de diffusers blijven.





Lotus contra Lotus in F1

8 12 2010

De geruchten deden al een tijdje de ronde en vandaag volgde de officiële bekendmaking: Renault verkoopt zijn resterende aandelen in het F1 team aan Lotus Group. Lotus Group en Genii Capital zijn nu eigenaar van een team dat voortaan Lotus Renault GP zal heten. De strijd om het gebruik van de naam Lotus heeft daarmee een hoogtepunt bereikt: vanaf 2011 staan er twee Lotus-renstallen op de grid. Voor de occasionele F1-fan zal de verwarring bijzonder groot zijn.

Wie de merknaam Lotus in de autosport mag gebruiken, blijft vooralsnog onduidelijk. Het is aan de rechtbanken om hierover uitspraak te doen. De Maleisische zakenman Tony Fernandes bereikte eind 2009 een overeenkomst om zijn nieuw F1-team Lotus Racing (straks Team Lotus) te noemen. Hij kreeg hiervoor ook de steun van de familie Chapman. Maar in de loop van 2010 werd duidelijk dat de Maleisische autobouwer Proton en dochterbedrijf Lotus Group zich zelf verregaand zouden engageren in de autosport. Zo werd een partnership bekendgemaakt met GP2- en GP3-renstal Art Grand Prix, en onlangs werd Lotus aangekondigd als derde motorenleverancier in IndyCar vanaf 2012. De plannen van Lotus baas Dany Bahar, voorheen marketing directeur bij Ferrari, lijken ongebreideld, en roepen daarom ook veel vraagtekens op.

Het gekibbel in Maleisië heeft ondertussen veel schade berokkend aan de iconische merknaam Lotus. De manier waarop er met de erfenis van Colin Chapman wordt gezeuld, is een behoorlijk trieste aangelegenheid. De liefhebber van klassieke autosportmerken zal waarschijnlijk stiekem hopen op een terugkeer naar een Britse eigenaar … ergens in de toekomst.





Chevrolet keert terug naar IndyCar Series

12 11 2010

De Amerikaanse autoconstructeur General Motors bevestigde vandaag zijn plannen om in 2012 met het merk Chevrolet terug te keren naar de IndyCar Series. Chevrolet zal vanaf 2012 motoren leveren die aan de nieuwe specificaties zullen beantwoorden. Met de comeback van Chevy zal een einde komen aan het monopolie van Honda als motorenleverancier in de IndyCar Series. Honda is sinds begin 2006 de enige leverancier na het vertrek van Toyota en… Chevrolet.

Chevrolet zal voor de ontwikkeling van de nieuwe V6 twin-turbomotor beroep doen op Ilmor Engineering.  En dat verklaart meteen ook de betrokkenheid van Roger Penske. De Captain was in 1984 een van de mede-oprichters van Ilmor en is tot op heden een van de belangrijkste aandeelhouders. Met de steun van General Motors werd de Ilmor-Chevy combinatie in de jaren tachtig al snel succesrijk in Indy racing. Vandaag hebben de partners van destijds elkaar teruggevonden.

Ilmor is de huidige technische partner van Honda in de IndyCar Series. Het valt te verwachten dat dit samenwerkingsverband zal worden herzien, mogelijk zelfs zal worden opgezegd. Vandaag toonde Honda zich alvast opgetogen over de komst van een nieuwe concurrent. En misschien blijft het niet bij twee motorenbouwers: gefluisterd wordt dat ook een Europees merk – allicht gaat het om Fiat – een instap in de IndyCar Series zou overwegen.





Stevig debuut van Jérôme d’Ambrosio in Singapore

25 09 2010

Er zit opnieuw een Belg in de F1. Na drie seizoenen in de GP2 mocht Jérôme d’Ambrosio vrijdag plaatsnemen aan het stuur van de tweede Virgin wagen voor de vrije training voor de Grand Prix van Singapore.  Jéjé is daarmee de opvolger van Bas Leinders. Leinders nam in het seizoen 2004 deel aan de vrijdagsessies in een derde Minardi. Een wedstrijddeelname zit er voor d’Ambrosio voorlopig nog niet in, daarvoor is het allicht nog even wachten tot in 2011.

Jérôme d’Ambrosio reed gisteren op het Marina Bay circuit slechts twee tienden van een seconde trager dan eerste Virgin piloot Timo Glock. Die prestatie heeft behoorlijk wat indruk gemaakt in de paddock. Volgens teambaas John Booth deed d’Ambrosio een ‘fantastic job’, en F1-reporter Will Buxton noemde hem zelfs ‘man of the day’. Officieel zit d’Ambrosio bij Virgin Racing in een evaluatieregime, maar de Franstalige Brusselaar heeft met zijn eerste optreden tussen de grote jongens meteen een pak twijfels weggenomen. Lucas di Grassi is gewaarschuwd: zijn positie bij het Britse team wordt met de dag wankeler.





IndyCar vanaf 2012 met Dallara tub en variabele aero kits

21 07 2010

Afgelopen week presenteerde de Izod IndyCar Series zijn chassis-strategie voor de nabije toekomst. Vanaf 2012 zal worden gebruik gemaakt van een Dallara chassis, met als core een tub die officieel de IndyCar Safety Cell zal heten, aangevuld met bodywork geleverd door een verscheidenheid van fabricanten. De selectie van Dallara Automobili is een conservatieve keuze : Dallara produceert al sinds 1998 wagens voor de IRL, en sinds 2005 is het zelfs de enige chassis-leverancier.  De Italiaanse constructeur kon het ICONIC comité finaal overtuigen doordat het zich bereid toonde om het toekomstige chassis  te bouwen in een nieuwe fabriek in de schaduw van de Indianapolis Motor Speedway.

Vanaf 2012 stapt IndyCar af van de naakte Spec Car formule. Er is terug ruimte voor diversiteit, zij het niet onbeperkt. De IndyCar Safety Cell is de gemeenschappelijke basis, het bodywork (voor- en achtervleugels, sidepods en engine covers) zal door diverse constructeurs kunnen worden vorm gegeven. De prijs van die aero kits mag niet hoger liggen dan 70.000 dollar. Samen met de kost van het chassis, 349.000 dollar, en een motor-lease prijs van om en bij de 550.000 dollar zou het straks mogelijk worden een wagen te runnen met een jaarbudget van pakweg een miljoen dollar. Vraag is natuurlijk wie, buiten Dallara, in het bodywork-avontuur wil instappen. De ontwikkeling van een aero pakket brengt een hoge investeringskost met zich, en die zal niet kunnen worden terugverdiend als de kit niet competitief blijkt te zijn en dus niet zal worden afgenomen door de teams.  

Heeft het ICONIC adviescomité zijn huiswerk goed gedaan? De aandacht voor kostenbeheersing is een absoluut pluspunt, en garandeert het voortbestaan van de IndyCar Series op korte tot middellange termijn. Anderzijds houdt de wagenstrategie op dit moment niet meer in dan een framework waarbij nog veel details niet zijn gekend. Het is af te wachten hoe dit framework in de komende maanden zal worden geïnterpreteerd door teams en constructeurs. In een worst case scenario zal IndyCar moeten terugvallen op zijn Plan B, zijnde het Dallara chassis met standaard Dallara aero kit en standaard Honda motor. Het tijdperk van de ‘crapwagons’ zou dan toch nog niet voorbij zijn.